De geschiedenis van de Brünner Kropper

     

De Brünner Kropper is het eerst gefokt in Tsjecho-Slowakije speciaal in de provincies Bohemen en Moravië en draagt zijn naam naar het plaatsje Brünn in Moravië. De Engelse benaming was Bohemian Brünner. Waarschijnlijk is de Brünner in  aanvang van de negentiende eeuw ontstaan of in ieder geval tot een éénvormig ras gefokt in de duiven burchten van Wenen  en Praag en door kruising met  lokale rassen waaronder de grovere besokte Prager Kropper. Van dit ras wat geheel is  opgegaan in de Brünner Kropper heeft de Brünner zijn ooievaars tekening over gehouden. In Oostenrijk werd het ras vroeger  Hollandse Kropduif genoemd waarschijnlijk omdat de zogenaamde Sächische Holländer – een middelgroot, hoogbenig,  recht opgericht, voetbevederd kropperras uit het aangrenzende Saksen gebruikt is om de Brünner te verbeteren. Deze  Saksische Kropper die met de Brünner het enige kropperras is die de witbandtekening heeft draagt zijn naam van Hollandse afkomst al evenzeer ten onrechte en komt vrijwel uitsluitend voor in de ook op de Brünner overgebrachte isabelwitband kleur. Doordat de eerste vogels vanuit Brünn in de tachtiger jaren naar Duitsland ingevoerd werden, kreeg de vogel daar de naam Brünner Kropper. Het zijn aanvankelijk vooral de Duitse fokkers geweest, die de Brünner Kropper onder meer door inkruising van Franse Kropper en Engelse Dwergkroppers tot de hoge trap van de huidige volmaking opgevoerd hebben, waardoor dit ras zich in een grote populariteit in geheel Duitsland mocht verheugen. In Nederland heeft het ras zich in de begin jaren van de twintigste eeuw over het gehele land verspreid; na de tweede wereld oorlog hebben ook de Nederlandse fokkers aanzienlijke bijdragen geleverd tot de vervolmaking van de Brünner Kropper. België, Zwitserland, Zweden, Engeland en Frankrijk volgen in kwaliteit en kwantiteit.

In Duitsland werd er reeds in 1910 een speciaalclub voor de Brünner Kropper opgericht, die er toe bijdroeg dat speciaal na de eerste wereldoorlog de kwaliteit van de Brünners in Duitsland met grote schreden vooruitging. Diezelfde verbetering in kwaliteit voltrok zich vooral door import van uit Duitsland in de tweede helft van het derde decennium van de vorige eeuw in ons land.

De belangstelling voor het ras werd er alleen nog maar door gestimuleerd en zo werd in 1930 de Nederlandse Brünner Kropperclub opgericht.

 In de eerste uitgave van dit werkje  (1947 van de Nederlandse Bond van Sierduivenliefhebbers Verenigingen) werden afbeeldingen opgenomen van Brünners stammend uit de periode tot aan de tweede wereldoorlog.

Toen op last van de Duitse bezetters alle sierduiven in Nederland moesten worden geslacht en slechts een kleine kern van Brünner Kroppers met vele andere rassen in het Centrale Sierduivenpark te Gouda mochten worden ondergebracht, is vanzelfsprekend in kwaliteit een enorme terug gang opgetreden. Aangezien Duitsland bij het einde van de tweede wereldoorlog in een zelfde positie verkeerde en import uit dat land meerdere jaren onmogelijk was, heeft het geruime tijd geduurd voordat door kruising met andere rassen en van verschillende kleurslagen onderling de Nederlandse Brünner Kroppers weer een hoog peil bereikt hadden. Zelfs showde men in sommige kleurslagen zoals isabellen, witbanden, geel- en roodroeken een kwaliteit, die de Duitse fokkers noopte Brünners uit ons land te betrekken. Sedertdien is door de Duitse en Nederlandse Brünner fokkers een ongekende hoge perfectie bereikt, die het noodzakelijk maakte in deze tweede uitgave (1967) alle foto`s te vervangen.

Nu in 2008 is de Brünner nog verder geperfectioneerd zodat ook de foto`s van toen niet meer lijken op de huidige Brünners. Tot slot nog de opmerking dat de Geëksterde Brünners in Nederland zijn gecreëerd en enkele jaren van weg te zijn 

geweest weer in ons land worden gefokt. Op dit moment worden de Brünners in Nederland gefokt en erkend in:

éénkleurig  wit, zwart rood, geel, en zilver

In blauw zwartgeband, rood- en geelziver geband, blauwzilver donkergeband.

Rood- geel-isabel- zwart- blauw en blauwzilver witgeband.

Roodziver- geelzilver- blauw en blauwzilverschimmel.

Rood-geel- zwart- en blauwbont zwartgeband.

Rood- geel- zwart- blauw en blauwzilver geëksterd.

Rood- geel- zwart en blauw zwartgeband getijgerd

Rood-geel en zwart ooievaar.

Wel gefokt maar in Nederland nog niet erkend: andalusisch blauw, blauw gekrast, dun en dun witgeband.

 

Siep

 

Geraadpleegde lectuur:

Uitgave van de NBS uit 1967